Bestaansgrond

Ik hoor het je zeggen: één spade diep
aan wortels lucht geven.

Met je schop breek ik de grond.
De aarde lonkt naar regen, zuigt

het niets op, alles wat voorhanden is.
De wond krijgt water en lavendel.

Ik wacht op een zomer die geurt
naar was en bad, je flesje staat er nog.

Op het kaartje: houdt van zon
diep terugsnoeien in maart

kan dertig jaar worden.
Morgen ben ik er weer.

Dit bericht is geplaatst in 52 gedichten met de tags . Bookmark de permalink.